An Van Den Abbeele

Bij meerdere gesprekken hoe de periode van code rood tijdens de coronapandemie wordt ervaren, kwam heel duidelijk naar voor dat studenten de diepgang en extra aandacht van de docent wel heel sterk appreciëren. Ondanks het gemis van een bepaald werkritme, is er een hogere concentratiemogelijk, zowel bij de student als bij de docent wat heel fijne, intensievegesprekken oplevert en naderhand zich ook vertaalt in het persoonlijk werk.

Je komt als het ware dichter bij de student te staan, figuurlijk dan. Dit impliceert ook meer tijd om iets te vragen, te be-vragen en ook            -niet onbelangrijk- op het moment dat het zich aandient. Voorts merk ik op dat de fysieke "meer-ruimte" er voor zorgt dat studenten in het algemeen ruimer gaan denken. Ze installeren zich in een ruimte, eigenen zich plaats toe, geven vorm en daarmee ook plaats aan hun behoeften, belangen en gevoelens.

Het blijkt voor studenten ook enorm belangrijk om herinneringen uit de ateliermomenten op te bouwen, zelfs tijdens deze ongewone periode geeft dit hen iets om over te mijmeren, naar uit te kijken, iets om aan te werken, uit te diepen, kortom een hoopvol genoegen te scheppen in het creëren en het uitdagen van zichzelf.