Artistiek- pedagogisch project

“DE GEDEELDE RUIMTE OF SITUATIE” Ons artistiek - pedagogisch project steunt en vertrekt uit de mens (alle mensen en alle leeftijden)

inleiding

De academie bestaat sinds 1860 als een bijzondere plaats, waar mensen met een verschillende achtergrond elkaar treffen en groeien in hun eigen opdracht. De academie wil de weg vrijmaken om die voorbijganger, tafelgenoot, medereiziger een plaats te geven en hem als vriend met een apart verhaal te begroeten.

De schetsen die wij (de docenten en ikzelf) voor de Academie uittekenen komen deels door de ervaringen die we zelf hebben met de brede context binnen het hedendaagse kunstenaarschap – docentschap en deels door de ervaringen die we op buitenlandse kunstscholen hebben meegemaakt. Bijna alle nieuwe docenten die sinds 2005 in dienst zijn gekomen hebben een multidisciplinair of gedifferentieerde opleidingen achter de rug en trekken dit door tot in hun manier van werken in hun eigen atelier en “gedeelde ruimte of situatie”. Het lezen van verschillende essays door kunstenaars,critici, filosofen, pedagogen en leken hebben dit schrijven gevoed en gesterkt.

Om te starten had ik graag dat de term school en academie zowel van naam als betekenis in de klassieke vorm vervangen door “gedeelde ruimte”( Een fysieke en mentale plek waar alles wat de studenten doen en denken gedeeld kan worden met anderen) De termen school en academie impliceren nog te veel dat studenten zich hier komen bekwamen in vakmanschap, terwijl wij dit gebeuren als een veel complexere situatie zien. Hier is meer van een atmosfeer sprake waar visies gedeeld kunnen worden.

Enkele begrippen in relatie tot de gedeelde ruimte

Student: Persoon met een eigen schat aan ervaringen (archief)en een eigen manier om dit op te zoeken, te hanteren en bruikbaar te maken om dit om te zetten in een werk(ding). Hij of zij is iemand die uit zijn menselijke beperkingen een vrijheid moet halen die hem onderscheid van anderen. . Ik wil hier wel nog eens benadrukken dat “de gedeelde ruimte” er niet is om kunstenaars op te leiden, maar ze is er omdat bij veel studenten het verlangen bestaat om zonder professionele doelgerichtheid hun ding te doen (maken) en dit te plaatsen binnen het landschap van de kunst. De plaats die het krijgt is de plaats dat het verdiend.

Archief: Verzamelnaam voor alles wat als bron kan gehanteerd worden. Het persoonlijke / particuliere archief bestaat uit ervaringen –fysiek – mentaal – intellectueel – sociale achtergrond – cultuur. Hoe ouder de student hoe groter zijn archief aan ervaringen. Het is iets eigen-eigenhandig. Het collectief archief bestaat uit bibliotheek, media, lezingen, tentoonstellingen enz... Dit archief kan ongeacht de leeftijd van de student altijd als nieuw referentiekader boven het oude geplaatst worden en is dan ook een belangrijke peiler in het leerproces van de student. Dit zorgt mede voor een groot deel van de dynamiek en het zich eigen maken van nieuwe feiten en gebeurtenissen. Zoals reeds boven vermeld tot vrijheid.

Interdisciplinair: De kans bieden om verschillende disciplines te overschrijden op basis van de behoeftes en bruikbaarheid voor het oeuvre. Een proces is niet lineair , maar eerder rizomatisch .

Rizomatisch: Niets van tevoren kan worden vastgelegd. Nog het traject van de student, de aanpak van de docenten, als het product (ding). Het is niet –Hiërarchisch. Het gebeuren word uitsluitend bepaald door een circulatie van toestanden, zonder generaal, zonder een organiserend geheugen of centrale automaat ,maar met verantwoordelijkheid. Het is een systeem met vluchtlijnen die alles wat verstart weer dynamisch moeten maken.

Proces: De nadruk ligt op het uitwerken van een idee, dat door onderzoek en bevraging kan leiden tot een inzicht of dit nu omgezet word in iets tastbaar of niet. Verantwoordelijkheid: In staat(toestand) zijn om een eigen structuur en werk methodiek te ontwikkelen. Contextueel: Proberen om alles wat we formuleren en maken te plaatsen en te verhouden ten opzichte van reeds verworven en gerealiseerde inzichten, zodat er een referentiekader ontstaat.

Atelier: Heiligdom, plaats van strijd, monnikencel, geheime jongenskamer, ontmoetingsplek, het atelier kan alles zijn en niets.Het atelier kan overal zijn en nergens. In het atelier zit je de kunstenaar het dichtst op de huid. Als keuken waar ”het” tot stand komt, heeft het een magische status, maar tegelijkertijd is het voor de betrokkenen zelf vaak niet meer dan vanzelfsprekende plek, geheel gemodelleerd naar de eigen inzichten. Het atelier kan je uiteraard niet los zien van het verschijnsel en de functie dat het atelier heeft vandaag. De kunstwereld is de laatste decennia uitgegroeid tot een alsmaar uitdijend netwerk van tentoonstellingsruimtes en evenementen, van tijdelijke werkplaatsen en residenties, waar kunstenaars voor kortere of langere duur verblijven en werken. De hedendaagse kunstenaar, maar in wezen verschild hij niet van de klassieke voorstelling ervan, kan evengoed een teruggetrokken (kluizenaar)tot een soort nomade (kosmopoliet) bestaan leiden. In de situatie wordt dit atelier vaak door verschillende mensen gedeeld en verliest het natuurlijk een graad van eigenheid, maar we moeten zoveel mogelijk streven naar een eigen gemodelleerde plek binnen het atelier. Ook is het noodzakelijk om allerlei projecten te organiseren, waar de student de relatie atelier en student kan onderzoeken en ondervinden.

 

Alternatieve route staat voor een punt, plaats of moment, waar studenten uit het deeltijds Kunstonderwijs, elk met hun verschillende levenswegen, een andere mogelijkheid kiezen om zich te verdiepen in hun eigen werk en dat van andere professionele kunstenaars. Ik gebruik hier professionele kunstenaars, omdat ik op het moment van schrijven nog niet echt een alternatief voor professionele kunstenaar heb gevonden. Alternatieve route is het huis van je vader(Academie) verlaten om nieuwe ervaringen op te doen om zo een krachtig, werkzaam en actueel idee over je werk en de wereld van de kunst op te bouwen. 

Docenten Is iemand die vanuit zijn ervaringen (leren) als kunstenaars en het kunstenaarschap de studenten begeleid in het op zoek gaan naar de kern van de zaak( zichzelf door intensief en lang onderzoek plaatsen binnen de wereld van de kust ). Hij speelt een interactieve en zeer communicatieve rol, samen met andere spelers uit de kunstwereld, in het verzamelen van zoveel mogelijke info, om de kern van de zaak te vinden.

Bronnen en vrije verwijzingen Avishai Margalit, Herinneeren, vergeten, vergeven. Theirry de Duve, Omtrent het project en de rivaliteiten van het kunstonderwijs. Henk Oosterling, Intermediale creativiteit.Dossier Atelier/ kunstbeeld 30jaar. Dossier tentoonstellingsmakers/ kunstbeeld.Hent de Vries , Taalfylosofie en mystiek bij Walter Benjamin. Piet Vroon, Tranen van de krokodil. Karen Butter, De kracht van het magneetveld. Thomas Huber, Soeverein van zichzelf,in Gagarin nr 13/2006. Deleuze/Quarttari, Rizoom Wordt vervolgt.